Tuingasten

De wondere wereld van de vijver

   jul 09

Waterplanten

Waterplanten hebben zich aangepast aan leven onder water. Ze kunnen geheel ondergedompeld leven, of deels boven water. Sommige drijven op het water (zie het artikel over drijfplanten), andere waterplanten verankeren zich in de bodem met lange wortels en deels onder water blijvende stengels.

We bespreken voor u enkele bekende waterplanten:

Pijlkruid: Een bekende moerasplant, die tot een meter groot kan worden en die vooral voor grote waterpartijen geschikt is. In deze zomer vormt deze winterharde plant mooie witte bloemen. De bladeren hebben een typische pijl-vorm.

Waterranonkel: Een zuurstof inbrengende waterplant die tot op 1 meter diepte groeit. De plant heeft kleine witte bloemen met een geel hartje, en is een geliefde plant van sommige kikkersoorten.

Grof hoornblad: Waterplant die veel voedingsstoffen opneemt uit het water. Het is een broze plant zonder echte bloemen.

Gele plomp: Waterplant die groeit in dieper water en die nood heeft aan onverstoorde grond. Hij draagt sterk bij tot een goede hoeveelheid zuurstof in het water, en krijgt gele bloemen die wat op boterbloemen lijken.

Waterlelie: Bekende drijvende waterplant met witte boemen die houdt van een zonnige standplaats. De maximale waterdiepte is 1,5 meter. De bladeren zijn min of meer rond met een hartvormige voet. De geurige bloemen zijn zo’n 20 centimeter groot en drijven op het wateroppervlak.

Watergentiaan: De plant lijkt wat op de waterlelie, maar heeft kleinere bladeren. De bloemen zijn gele eendagsbloemen die heel de zomer bloeien. Deze plant is niet geschikt voor kleinere vijvers.